Categorie: Blog

“Who you gonna call?”

Brendan Church on Unsplash

Hulp bij werkgerelateerde psychische klachten.

Veel werkgevers sturen hun medewerkers die door stress of andere psychische klachten dreigen uit te vallen, naar de GGZ. Dat lijkt een goede actie want psychische klachten hebben een grote impact op het welzijn en functioneren van medewerkers. Dus hoe sneller een medewerker met psychische klachten hulp ontvangt, des te sneller is hij/zij weer vitaal en productief aan het werk!

Daarnaast draagt de werknemer zelf de kosten voor deze hulp via zijn ziektekostenverzekering en bespaart de werkgever geld, denkt hij/zij. Het is nog de vraag of dat klopt – wat zijn uw ervaringen?

De GGZ heeft meestal lange wachtlijsten waardoor het gemiddeld negen weken of langer duurt voordat de medewerker de eerste afspraak heeft. Intussen kunnen de klachten verergeren met verzuim als gevolg. Dat betekent het doorbetalen van het salaris bij ziekte, zonder productie als tegenprestatie en vaak moet een vervangende werkkracht ingehuurd worden om productie op pijl te houden.

Als het om uitgevallen managers gaat is het probleem soms zelfs groter omdat de organisatie opdrachten mis kan lopen of de projecten stil komen te staan. Resultaat: hoge kosten. Een verzuimdag kost gemiddeld 250 euro en de gemiddelde duur van het psychisch verzuim bedraagt 226 dagen wat snel een bedrag van boven 56 duizend euro oplevert.

Daarnaast worden niet alle GGZ behandelingen (bijvoorbeeld de behandeling voor burn-out valt buiten de basisverzekering) door de zorgverzekeraars vergoed en u zult alsnog mee moeten betalen. Wat waren uw kosten in het afgelopen jaar voor het ziekteverzuim door psychische klachten?

Dat kan anders. Werk gerelateerde psychische klachten kunnen uitstekend behandeld en zelfs voorkomen worden door een arbeidspsycholoog. De diensten van arbeidspsychologen worden niet vergoed door de zorgverzekeraars, daarom zijn ze niet de eerste keus van de werkgevers. Maar een arbeidspsycholoog kan juist kosten besparen. Ze hebben geen wachttijden en leveren maatwerk waardoor uw medewerker niet uitvalt of snel weer aan het werk is. Daarmee bespaart u op de loondoorbetaling bij ziekte en u hoeft niet (of zeer kort) een vervangende werkkracht in te huren.

Behalve dat een arbeidspsycholoog voor een snelle terugkeer van uw medewerker zorgt, kan een arbeidspsycholoog u zelfs adviseren hoe u in de toekomst psychische klachten bij uw medewerkers kunt voorkomen.

Een arbeidspsycholoog is geen kostenpost, maar een slimme investering, die zich ruimschoots terugverdient. Of denkt u zelf daar anders over? Laat het mij weten wat uw ervaringen zijn.

Tijdmanagement

Tijdmanagement

Uw tijdmanagement kunt u het beste indelen in een schema. Een tijdmanagementschema verdeelt uw activiteiten in vier kwadranten die aangeven in hoeverre uw activiteiten dringend en belangrijk zijn.
Om te bepalen of een werkzaamheid of een activiteit dringend en belangrijk is, stelt u zich de volgende twee vragen:

  • Moet deze activiteit nu uitgevoerd worden of kan het tot morgen wachten?
    Als de activiteit niet kan wachten dan is het dringend.
  • Moet ik deze activiteit uitvoeren of kan iemand anders dat ook doen?
    Kan de activiteit niet door iemand anders uitgevoerd worden dan is het belangrijk.

 

Kwadrant A: een taak is belangrijk en dringend
In kwadrant A bevinden zich activiteiten of taken die zo snel mogelijk moeten worden uitgevoerd en die u niet aan iemand anders kunt overlaten. Dringende taken zijn taken die meteen uw aandacht nodig hebben, ze hebben de hoogste prioriteit. Hier reageert u voornamelijk op wat u op dat moment tegenkomt of wat op u afkomt, of wat u ziet, voelt of ervaart (zogenaamde brandjes blussen). Als u dagelijks of regelmatig voornamelijk met de taken in dit kwadrant bezig bent dan maakt u een grotere kans op stress.

Kwadrant B: een taak is belangrijk, maar niet dringend
In kwadrant B horen activiteiten, werkzaamheden en taken die niet dringend maar wel voor u persoonlijk belangrijk zijn, als u te lang wacht met het uitvoeren ervan dan worden ze op den duur wel dringend.
Met uw takenlijst die bol staat van prioriteiten uit kwadrant A, is de neiging groot om de activiteiten in kwadrant B te negeren, omdat ze niet dringend zijn (dus ze lijken te kunnen wachten). Wilt u echter rust in kwadrant A brengen en uw kans op stress verminderen, dan doet u er goed aan om uw aandacht te vestigen op de taken uit kwadrant B.
Succesvolle mensen houden zich voornamelijk bezig met de activiteiten uit kwadrant B.

Kwadrant C: een taak is niet belangrijk, wel dringend
In kwadrant C bevinden zich werkzaamheden die dringend zijn, maar voor u persoonlijk niet belangrijk. Dat zijn meestal problemen die een ander kan oplossen of activiteiten die een ander kan uitvoeren. De activiteiten in kwadrant C kunt u dus delegeren.

Kwadrant D: een taak is niet belangrijk en ook niet dringend
In kwadrant D zitten activiteiten die niet belangrijk en ook niet dringend zijn. Ze zijn een tijdvulling of misschien zelfs tijdverspilling. Ze vergroten alleen uw tijdsdruk, omdat u de tijd die u aan deze activiteiten kwijt bent niet kunt gebruiken om activiteiten in kwadrant A of B uit te voeren.

Nog een aantal tips om tijdsdruk te voorkomen:

  • Zorg ervoor dat u per dag minimaal 2,5 uur achter elkaar ongestoord kunt werken (geen bezoek, telefoon of mail). Bij een storing duurt het 10 minuten voordat u uw concentratie weer terug hebt.
  • Check uw e-mail niet constant, maar reserveer daarvoor twee vaste tijdstippen per dag.
  • Doe moeilijke taken wanneer u de meeste energie hebt.
  • Doe taken waar weinig concentratie voor nodig is op momenten dat uw aandacht verslapt.
  • Stel onprettige taken niet uit, dat blokkeert uw creativiteit en productiviteit.
  • Plan uw tijd niet te krap. Maak een reële schatting van de tijd die u voor een klus nodig hebt en tel daarbij 15 procent op. Laat vervolgens minimaal 15 minuten tussen de laatste en de volgende klus. Hebt u een secretaresse? Stem de agenda samen af en instrueer hoe u die gepland wilt hebben.
  • Zet alle taken die minimaal 30 minuten duren niet op uw takenlijst, maar noteer ze in uw agenda.
  • Neem momenten van ontspanning in uw agenda op.
  • Doe altijd één ding tegelijk, want liever één ding helemaal af dan twee voor de helft.

6 tips om stress de bas te blijven

6 tips om stress de baas te blijven

In tegenstelling tot wat je misschien denkt, heeft stress ook positieve kanten. Sterker nog: stress is noodzakelijk voor een tevreden en gezond leven. Zonder stress zou de mens niet eens kunnen overleven, succes hebben of genieten. Want alles wat een mens uit het evenwicht brengt, of het nu om een prettige of vervelende gebeurtenis gaat, veroorzaakt stress. Wil je ondanks stress in balans blijven, dan kunnen de onderstaande tips daarbij helpen.

Leer gezonde en ongezonde stress te onderscheiden
Stress is een verdedigingsmechanisme van het lichaam dat al sinds de oertijd een rol speelt in het leven van mens en dier. De spanning en energie die door een stressvolle situatie worden opgewekt, staan klaar om te worden omgezet in actie. Onder invloed van (kortdurende) stress zijn onze spieren in staat tot maximale prestaties, onze zintuigen werken beter, we kunnen ons beter concentreren en ons geheugen is scherp. Hoe belangrijker we de situatie inschatten des te meer gespannen we worden en daarmee stijgt ons stressniveau.

  • Gezonde stress
    Als we de spanning kunnen omzetten in een actie die tot gewenste resultaten leidt, zal stress maar kort duren en kunnen we weer ontspannen – in dit geval is er sprake van positieve of gezonde stress. Omdat de spanning maar kort heeft geduurd, kunnen ons lichaam en onze geest weer snel herstellen, voordat zich een volgend ‘stressmoment’ aandient. Kortdurende (gezonde) stress kan ons helpen om beter te functioneren. We voelen ons energiek en klaar om te presteren.
  • Ongezonde stress
    Als de spanning niet in actie omgezet kan worden of als de acties niet tot een gewenst resultaat leiden, blijven we in staat van stress. Het lichaam kan niet ontspannen en herstellen. Dit wordt langdurige of ongezonde stress genoemd.
    Aanhoudende stress kan tot de overtuiging leiden dat we een situatie niet aankunnen, wat vervolgens nog meer stress veroorzaakt. Daarop stapelen zich weer andere stresssituaties, die we door onvoldoende herstel steeds moeilijker kunnen oplossen. Het lichaam raakt overbelast en we krijgen fysieke, emotionele en cognitieve klachten die zelfs tot burn-out kunnen leiden.

Langdurige (ongezonde) stress leidt tot uitputting omdat steeds maar paraat staan om prestaties te leveren, zonder dat je lichaam tussendoor kan ontspannen en herstellen, enorm veel energie kost.

Wees alert op signalen: wanneer ervaar je stress?
Kortdurende stress kan weinig kwaad en de lichamelijke reacties zoals zweten, hartkloppingen, versnelde ademhaling verdwijnen als je de gewenste actie hebt ondernomen. Wanneer de spanning uren of dagen aanhoudt, is de kans groot dat je fysieke, emotionele, cognitieve en zelfs gedragsmatige gevolgen ondervindt. Wees alert op de volgende signalen:

  • Fysiek: pijn in de nek of schouders, hoofdpijn, maagpijn, hartproblemen, verkoudheid die niet over gaat, snel en langdurig moe.
  • Emotioneel: geïrriteerdheid, snel geëmotioneerd (huilbuien of juist boosheid), gevoel van hulpeloosheid, wanhoop.
  • Cognitief: geheugenproblemen, je niet kunnen concentreren, moeilijk kunnen leren, piekeren.
  • Gedragsmatig: fouten nemen toe, je moet steeds harder werken om hetzelfde resultaat te halen, nagelbijten, te veel roken of drinken, gebruik van drugs.

Merk je dat je op alle gebieden een of meerdere klachten hebt, dan heb je waarschijnlijk last van ongezonde stress en zou je onmiddellijk je lichaam (en geest) de kans moeten geven om te ontspannen en herstellen.

Zeg eens nee
Stress is onze persoonlijke reactie op een gebeurtenis of situatie, daarom reageren we allemaal verschillend op wat rondom ons gebeurt. Dat betekent ook dat we allemaal anders met stress omgaan. Vooral op tijdsdruk reageren mensen heel verschillend. Sommigen vinden tijdsdruk heerlijk en floreren eronder, anderen vinden die druk verschrikkelijk en proberen dat op te lossen door te multitasken of nog harder te werken. Ze zetten door ondanks de vermoeidheid en andere stresssignalen waardoor de stress steeds verder opstapelt.

Als je op tijdsdruk niet effectief reageert, is het belangrijk dat je ermee leert omgaan, want anders wordt die druk eerder hoger dan lager. Dus leer de race tegen de klok af. Dit betekent dat je zaken eens op een andere manier aanpakt en je de beschikbare tijd wat slimmer indeelt.

  • Bijvoorbeeld leer nee te zeggen. Het grootste deel van je werk en sociale activiteiten heeft geen spoed, dus neem de tijd.
  • Maak geen onnodige afspraken en creëer geen onnodige deadlines. Of, stel jezelf de vraag: moet ik die taak doen of kan iemand anders dat ook? Moet het nu of kan het ook straks? Wat is het ergste wat kan gebeuren als ik het niet doe? Of als ik een afspraak afzeg?
  • Als je het druk hebt, neem dan bewust een pauze, minimaal 10 minuten elke twee uur. Dat lijkt tijdverspilling, maar in werkelijkheid verhoogt dat je concentratievermogen en effectiviteit waardoor je uiteindelijk aan efficiëntie (en tijd) wint.
  • Het belangrijkste is dat je niet gaat multitasken. Concentreer je liever op één ding tegelijk, want het is beter om één taak helemaal af te hebben dan twee voor de helft.
  • En, vergeet niet – soms is voldoende goed genoeg!

Pas je omgeving aan
De hedendaagse cultuur van de stadsmens is te omschrijven als snel, ambitieus, druk en verslaafd aan informatie-uitwisseling. Een geweldige kweekbodem voor stress. Je mag niet achterblijven, mag niets missen, je moet goede keuzes maken. De angst om buitengesloten te worden als je niet aan de verwachtingen van je sociale netwerk voldoet is groot. Je moet je dus bewijzen en de opgelegde normen en regels respecteren, ook al vormen ze een belemmering om je leven te leiden zoals je dat wilt.

Gelukkig is de omgeving niet alleen een bron van stress, maar kan die ook bijdragen aan herstel. De natuur in de vorm van bossen, parken, zee of zelfs een mooie kamerplant of een huisdier, zijn geweldige remedies tegen stress. Zij verminderen angst en irritaties en zorgen voor positieve gevoelens en een verhoogd welbevinden. Dat geldt ook voor een helpende hand, luisterend oor, goed advies of een compliment vanuit je sociale netwerk.

Wil je dat je omgeving een grotere rol speelt in ontspanning en herstel van stress dan in het veroorzaken van stress, pas dan je omgeving aan.

  • Neem in je sociale netwerk mensen op die opbouwende feedback, goed advies en emotionele steun kunnen geven en waarmee je kunt lachen.
  • Vermijd mensen die alleen kritiek leveren, nooit vrolijk zijn of geen plezier in het leven hebben.
  • Geef je interieur vrolijke kleuren, schakel aan het eind van de dag je telefoon en laptop uit en geef aandacht aan je partner, kinderen of huisdier.
  • Luister naar muziek waar je van houdt, lees een verhaal, kijk naar een film, prikkel je fantasie.

Door je omgeving aan te passen, stimuleer je het maken van keuzes die passen bij wat je wilt bereiken in het leven. Een leven dat meer in overeenstemming is met je eigen waarden is minder stressvol en geeft meer voldoening.

Maak plezier zonder reden
Plezier ontstaat in die activiteiten die je onderneemt omwille van de activiteit zelf. Niet omdat je er een bepaald resultaat mee wilt bereiken, maar omdat je plezier beleeft aan het proces. Een glimlach heeft een groter effect op ons humeur dan tweeduizend repen chocola. Het kan zelfs een groter gevoel van geluk opwekken dan het winnen van een bedrag van twintigduizend euro. Met lachen bereiken we nog meer. Als we lachen voelen we ons beter en blijven we gezonder.

  • Door lachen neemt stress af en het lichaam herstelt zich. Je hoeft niet eens zelf iets leuks mee te maken om te lachen. Let eens op anderen die lachen (bijvoorbeeld op de YouTube filmpjes) en je lacht spontaan mee.
  • Ben je gestrest? Zoek het gezelschap van vrolijke mensen op. Glimlach zomaar naar een collega, een voorbijganger, iemand in de trein of een caissière.
  • Neem zo veel mogelijk korte stressvrije rustpauzes op een drukke werkdag, Dat kunt je doen door bijvoorbeeld naar een collega op een andere verdieping te lopen, koffie te drinken, zomaar een praatje te maken of even naar buiten te gaan om een frisse neus te halen.
  • Kijk of je situaties kunt creëren die je vrolijk maken: doe een spelletje metje kinderen of ‘stoeipartijtje’ met je partner. Leer te genieten van activiteiten zonder einde, zoals het lezen van een boek.
  • Doe iets wat geen doel dient maar wel plezier oplevert!

Mindfulness kan overal
Mindfulness gaat over aandacht geven aan het hier en nu, aan het moment en de plaats waar je je nu bevindt. Je neemt waar, zonder te oordelen. Mindfulness hoeft niet moeilijk te zijn.

  • Kies één dagelijkse activiteit en voer die elke dag, een week lang uit, aandachtig en met gebruik van al je zintuigen. Het maakt niet uit of je het volhoudt en of het een positief of geen effect heeft.
  • Het gaat om ‘doen’ en ‘met aandacht’. Zoals tandenpoetsen, handen wassen, de afwas doen, muziek luisteren of de hond aaien.
  • Of bijvoorbeeld mindful traplopen. Bent je je ervan bewust hoe je dit doet? Houd je de leuning vast? Hoe wikkel je je voet af? Hoeveel treden telt de trap eigenlijk?

Door te oefenen in mindfulness kun je uit de maalstroom komen van je gedachten en automatische reacties. Daardoor kun je ook de situaties die stress veroorzaken anders waarnemen en er effectiever mee omgaan.

Nog meer inzichten, tips en kennis kun je vinden in de recente, geheel herziene uitgave van het boek Met stress in balans van Ana Bloemraad en Mariska Verduijn.

Het effect van transformationeel leiderschap

Het effect van transformationeel leiderschap

Een steeds veranderende markt, technologische ontwikkelingen en schommelingen in interesse en aandacht van de consument vereisen een snelle aanpassing en een grondige verandering van organisaties willen zij overleven.

Vaak huren organisaties een ‘verandermanager’ in voor het inzetten en begeleiden van het veranderingsproces. Deze man of vrouw is een tijdelijke kracht en vertrekt op het moment dat de gestelde doelen zijn bereikt. De organisatie functioneert een tijdje goed volgens de nieuwe procedures, methoden en werkwijzen. Maar al snel wordt het nieuwe gedrag vervangen door oude patronen en leidt het motto ‘Zo doen we dat hier’ tot starheid in plaats van tot vernieuwing en innovatie. Het vraagt adequaat en effectief leiderschap om de veranderingen in organisaties daadwerkelijk te verankeren.

Om een organisatie levendig, innovatief en vooruitstrevend te houden is een leider nodig die medewerkers kan inspireren, motiveren en enthousiast weet te maken en houden voor de visie en doelstellingen van de organisatie. Dit type leider gebruikt de kennis en ervaring van de medewerkers, triggert hun anticiperend vermogen en werkt onophoudelijk aan hun ontwikkeling; een leider met een transformationele leiderschapsstijl.

Transformationeel versus transactioneel leiderschap
In de tweede helft van de vorige eeuw introduceerde Burns (1978) twee wezenlijk van elkaar verschillende leiderschapsstijlen: ‘transformationeel’ en ‘transactioneel’ leiderschap.

Het basisprincipe van transactioneel leiderschap, belonen van gewenst gedrag of bestraffen van ongewenst gedrag, heeft tot op zekere hoogte invloed op de prestaties van de medewerkers. Echter treedt bij dit soort conditionering een gewenning op en moet de leider steeds hogere beloningen (of zwaardere straffen) in het vooruitzicht stellen om gewenst gedrag te bewerkstelligen. De economische crisis als gevolg van het neoliberale geloof in hoge beloningen voor de leidinggevenden van grote bedrijven, de exorbitante bonussencultuur in de financiële sector en de ontspoorde marktwerking die tot onrealistisch hoge prijsstijgingen leiden op bijvoorbeeld de huizenmarkt, is een goed voorbeeld van waartoe dit leiderschapsmodel kan leiden.

Willen organisaties bereiken dat mensen het beste uit zich halen? Dat zij meedenken bij het innoveren van productieprocessen, werkmethodes en marktbenadering en daarbij excelleren als professionals? Dan doen ze er goed aan als hun leiders meer kunnen dan alleen orders uitdelen. De leiders moeten hun medewerkers kunnen inspireren, enthousiasmeren, hun doelstellingen met die van het bedrijf verweven en belangstelling voor hen en hun ontwikkeling tonen.

De theoretische basis voor transformationeel leiderschap is gelegd door Bass en Avolio (1990), die vier dimensies van transformationeel leiderschap introduceerden:

  • Inspirerend motiveren, waarbij de leidinggevende duidelijk de visie en doelstellingen van de organisatie benoemt en verbindt met de waarden en doelstellingen van de werknemers.
  • Intellectueel stimuleren door de aannames uit te dagen, naar de mening van de medewerkers te vragen, aansporen om risico’s te nemen, waar fouten niet bestraft worden maar, net als de successen, gezien worden als een bron om te leren.
  • Persoonlijke betrokkenheid laat de leidinggevende zien door het tonen van empathie en steun voor elke individuele werknemer. De leidinggevende toont respect en erkent elke individuele bijdrage aan een gezamenlijk succes.
  • Ideale invloed (charisma) kenmerkt zich door hoog ethisch gedrag, authenticiteit en betrokkenheid die bij de medewerkers respect en vertrouwen opwekt.

Deze vorm van leiderschap, die transformatie (verandering) van de denkwijzen van medewerkers en hun onophoudelijke ontwikkeling voorop stelt, blijkt succesvoller te zijn dan transactioneel leiderschap.

Empirisch bewijs voor transformationeel leiderschap
De effecten van transformationeel leiderschap zijn in voorbijgaande decennia veelvoudig onderzocht en laten een duidelijke positieve invloed zien op bedrijfssucces (Howell & Aviolo, 1993), medewerkerstevredenheid (Alzomia, Cready & Andrew, 2018), proactief gedrag van medewerkers (Den Hartog en Belschak, 2012), duurzame inzetbaarheid (Sanders, Karolus & Boermans, 2018), creativiteit en innovatie (Afsar, Badir & Saeed, 2014; Den Hartog & Belschak, 2012).

Deze stijl van leidinggeven lijkt vooral zijn vruchten af te werpen in organisaties met hoogopgeleide, mondige, zelfbewuste kenniswerkers die groei en ontwikkeling belangrijk vinden.

Gedeeld leiderschap
Ontwikkelingen in een manier van werken, toenemend aantal kenniswerkers, globalisering en marktwerking poneren de prangende vraag of de huidige gezagsverhoudingen nog wel passen bij de nieuwe werkverbanden. Professionals zoeken namelijk elkaar steeds vaker op grond van interesses, ambities en met de wens om aan gezamenlijke doelstellingen te werken. Daarbij ontstaan netwerken waar de benodigde expertises bij elkaar gebracht worden. Als de gewenste doelstelling bereikt is, valt het werkverband uit elkaar en ontstaan er weer nieuwe netwerken met nieuwe doelstellingen.

Voor een succes van deze netwerken zijn faciliteren, zelfsturing en het samenwerken op grond van vertrouwen en verbinding belangrijk. Leiderschap wordt gezien als een dynamisch, interactief proces dat gericht is op het bereiken van gewenste resultaten en niet als een hiërarchische verhouding tussen een leider en volgeling.

Als de snelheid, wendbaarheid en flexibiliteit steeds belangrijker worden, ontstaat er dus ook een behoefte aan nieuw leiderschap. Dat kan wellicht gevonden worden in gedeeld leiderschap, gebaseerd op decentralisatie van de bevoegdheden, vertrouwen op werknemers om een probleem op te sporen en op te lossen en sturen op de resultaten en autonomie (D’Innocenzo, Mathieu & Kukenberger, 2016).

Gedeeld leiderschap betekent dus dat meerdere personen in een team een leiderschapsrol op zich nemen. Voordat de teams daadwerkelijk in staat zijn om de verantwoordelijkheid voor een gedeeld leiderschap op zich te nemen, moet in een team eerst een sfeer van vertrouwen heersen die teamleden verbindt en de strijd om positie en macht uitbant. Tot die tijd is naast het nieuw ontluikende gedeelde leiderschap ook nog een traditioneel, verticaal leiderschap nodig (Coun, Gelderman & Pérez-Arendsen, 2015). Een transformationele leider zal echter ervoor zorgen dat de twee vormen elkaar aanvullen en versterken totdat de teams over voldoende zelfsturing en zelfvertrouwen beschikken om ook de verantwoordelijkheid voor het leiderschap op zich te nemen.

Bronnen

  • Afsar, B., Badir, Y. F., & Saeed, B. B. (2014). Transformational leadership and innovative work behavior. Industrial Management & DataSystems, 114(8), 1270-1300.
  • Alzomia, A.A., Cready, C.M. & Andrew, S.A. (2018). Federal Employees’ Job Satisfaction: Does Transformational Leadership Matter? The Case of the U.S. Department of Veterans Affairs. International Journal of Public Administration. doi:10.1080/01900692.2018.1520244.
  • Bass, B.M., & Avolio, B.J. (1990). The implications of transactional and transformational leadership for individual, team, and organizational development. Research in Organizational Change and Development, 4, 231–272.
  • Burns, J.M. (1978). Leadership. New York: Harper & Row.
  • Coun, M.J.H., Gelderman, C.J. & Pérez-Arendsen, J. (2015). Gedeeld leiderschap en proactiviteit in Het Nieuwe Werken. Gedrag en Organisatie, 28(4), 356-379.
  • Den Hartog, D. N. & Belschak, F. D. (2012). When does transformational leadership enhance employee proactive behaviour? The role of autonomy and role breadth self-efficacy. Journal of Applied Psychology, 97(1), 194–202.
  • D’Innocenzo, L., Mathieu, J. E. & Kukenberger, M. R. (2016). A Meta-Analysis of Different Forms of Shared Leadership – Team Performance Relations. Journal of Management, 42(7), 1964–1991.
  • Howell, J.M. & Aviolo, B.J. (1993). Transformational leadership, transactional leadership, locus of control, and support for innovation: Key predictors of consolidated business-unit performance. Journal of Applied Psychology, 78, 891-902.
  • Sanders, J., Kraan, K. & Boermans, S. (2018). Duurzame inzetbaarheid van laaggekwalificeerde werknemers: werken aan competentiebeleving. Gedrag en Organisatie, 31(2), 151-172.

Stressvrij leven bestaat niet

Stressvrij leven bestaat niet

Op het internet zijn veel cursussen en zelfhulpboeken te vinden die u een stressvrij leven beloven. Echter, als u geen stress hebt, dan bent u dood! Heeft u ooit bedacht dat psychische klachten al jaren stijgen omdat u al jaren voorgespiegeld krijgt dat u stressvrij door het leven moet? Dat leven en werken zonder stress mogelijk is? Vervolgens probeert u via allerlei middelen, cursussen, zelfhulpboeken deze Nirvana te bereiken. Helaas zonder succes en tot grote frustratie, hoge bloeddruk en voilà een hoger stressniveau!

Het is simpel. U heeft stress nodig om te leven. Stress zorgt ervoor dat u ’s ochtend wakker wordt, houdt u alert op de weg naar uw werk, het zorgt dat u uw werk goed doet en maakt aan het eind van de dag een vrijpartijtje met uw partner mogelijk. Geen succes en geen plezier zonder stress!

Volgens de nieuwste inzichten (waar op dit moment onderzoek naar gedaan wordt door Broosschot en collega’s) is de hele discussie rondom stress omgedraaid. We krijgen geen stress, maar zijn in constante staat van stress tot we het gevoel van veiligheid ervaren. Het gevoel van veiligheid en geborgenheid verlaagt ons stressniveau en zorgt ervoor dat we niet overbelast en ziek worden.

Stress is dus altijd in ons leven, meestal niet bedreigend, tenminste als de stressreactie niet te heftig en langdurig is. Als u last heeft van deze langdurige stress, dan kunt u kijken welke stressvolle situaties u zou moeten vermijden. Echter u kunt een groter effect bereiken door op zoek te gaan naar het gevoel van geborgenheid en veiligheid. Wat is voor u een sociaal en emotioneel veilige omgeving? Verhogen van uw optimisme, veerkracht en zelfvertrouwen kan daarbij helpen. Daarnaast kunt u kijken of uw omgeving u voldoende steun biedt in termen van respect en autonomie.

U zult nooit een stressvrij leven kunnen leiden, u kunt er wel voor zorgen dat u zoveel mogelijk zelf bepaald hoeveel stress u in uw leven toelaat.

10 feiten over multitasking

10 feiten over multitasking

Over multitasking bestaan meerdere misvattingen en mythen, zoals dat vrouwen beter kunnen muiltitasken dan mannen, dat multitasking iets van de nieuwe tijd is, of dat je effectiever en productiever kan werken als je bezig bent met multitasking. Hier 10 feiten die een aantal misvattingen kunnen recht zetten en sommige mythen kunnen ontkrachten.

  1. De benaming multitasking is ontstaan in de computerwereld en betekent dat verschillende computerprogramma’s tegelijkertijd uitgevoerd worden, gebruikmakend van dezelfde processor. Hoewel ons brein qua complexiteit, snelheid en vermogen nog steeds een computer ver overstijgt, is multitasking iets wat een computer wel kan, maar ons brein niet, tenminste….

  2. Ons brein kan niet multitasken als het om verschillende ingewikkelde processen gaat, die allemaal onze bewuste aandacht nodig hebben. Gaat het om automatische/routinematige processen dan kan ons brein geweldig multitasken. Het woord multitasking is wel een recent bedenksel, maar de handeling zelf niet. De mens is altijd al bezig geweest met multitasking: verzamelen van voedsel en opletten voor een vijand, een huis metselen en zingen, een gesprek voeren en paardrijden. Dus verschillende handelingen uitvoeren, waarvan minstens één volledig is geautomatiseerd, kan wel.

  3. Daardoor ontstaat de misvatting dat we altijd en bij elke activiteit kunnen multitasken. Om te kunnen overleven zijn er veel handelingen die we in het dagelijks leven nodig hebben, geautomatiseerd. Daarom kan ons lichaam duizenden routines uitvoeren zonder dat we daar bewust over moeten nadenken. We kunnen best een koekje eten als we lopen. Maar een kindje dat nog leert lopen, kan dat niet. Bij een kindje van ongeveer een jaar is lopen nog niet geautomatiseerd en heeft de volle aandacht van zijn denkende brein nodig, dus bied je hem een koekje aan dan zal hij gaan zitten om lekker van het koekje te genieten.

  4. Een activiteit die bewuste aandacht nodig heeft zoals schrijven, een telefoongesprek voeren, iets nieuws leren, kunnen we weliswaar combineren met een volledig geautomatiseerde activiteit zoals lopen, eten of fluiten. We kunnen het echter niet tegelijkertijd uitvoeren met een andere activiteit die bewuste aandacht nodig heeft. Het is niet slim om te fietsen op een drukke weg en appen, of meedoen aan een videovergadering terwijl we met 130 km per uur over een snelweg rijden.

  5. Veel mensen denken dat ze dat wel kunnen. De onderzoeken hebben echter aangetoond dat het brein de taken niet tegelijkertijd uitvoert, maar is steeds aan het switchen tussen de opdrachten. Zelfs als we een routinematige taak uitvoeren is het slim om het werkende brein niet met te complexe taken te belasten. Vooral als een routinematige taak tot gevaarlijke situaties kan leiden, zoals bijvoorbeeld autorijden. Want als we onverwachte situaties (plotselinge mist, file of een ongeluk) tegenkomen zullen we handelingen moeten uitvoeren die niet meer tot aangeleerde routine behoren. Daarom is de kans op een ongeluk acht keer groter als we bellen (zelfs handsfree) tijdens het autorijden. Sms-en of appen tijdens het rijden, maakt de kans op een ongeluk zelfs 23 keer groter.

  6. Als we een taak uitvoeren zoekt ons brein in de databank en kennisbank naar opgeslagen ervaringen, kennis en andere belangrijke informatie die voor het uitvoeren van de taak belangrijk kan zijn. Dat neemt bijna alle capaciteit van het werkgeheugen in beslag. Dus als we twee taken tegelijkertijd uitvoeren dan moet het brein steeds eerst alle data- en kennisdossiers opruimen en op zoek gaan naar andere relevante dossiers en bestanden. Dat opruimen en zoeken, terwijl tegelijkertijd ook nieuwe informatie verwerkt moet worden, kost tijd en energie. Veel meer tijd en energie dan als we ons op het uitvoeren van één taak concentreren.

  7. Bij veel en vaak wisselen tussen de taken (vooral als het verschil tussen de taken groot is) heeft het brein nog geen tijd gehad om de informatie in het ‘archief’ op te slaan, dat betekent dat we bij het hervatten van de taak helemaal opnieuw kunnen beginnen. Onderzoekers concluderen dat als gevolg hiervan een taak, als gevolg van multitasking, vier tot tien keer meer inspanning vraagt, de persoon sneller fouten zal maken, informatie sneller zal mis-interpreteren en de oplossingen zullen minder creatief zijn, dan als we de taken achter elkaar uitvoeren.

  8. Dat is bij alle mensen gelijk, zowel mannen als vrouwen, daarom heeft nog geen enkel onderzoek kunnen bewijzen dat vrouwen beter kunnen multitasken dan mannen.

  9. De productiviteit door multitasking gaat dus omlaag en niet omhoog. Multitasking kost tijd, energie en veroorzaakt heel veel stress.

  10. Nog steeds niet overtuigd. Doe dan mee met dit filmpje:

Homo digitalis

Tijdens de evolutionaire ontwikkeling van de mens is in de periode van ‘slechts’ drie miljoen jaar de schedelinhoud meer dan verdrievoudigd. De toename van onze hersengrootte tijdens de evolutie kwam door een toename van het aantal bouwstenen, de hersencellen (neuronen) en hun verbindingen. Het onderzoek van de laatste decennia heeft ook aangetoond dat het menselijk brein ontzettend plastisch is. Dit betekent dat het brein zich gemakkelijk aanpast aan de omgeving en veranderende situaties.

Of er door de overmaat aan technologie binnenkort een nieuw mensensoort met een aangepast brein tussen ons loopt is nog niet zeker. Wel lijkt het erop dat het brein zich probeert aan te passen aan de omgeving vol met sociale, visuele en informatieve prikkels. De smartphone is er relatief gezien nog niet zo lang, maar zorgt nu al voor grote veranderingen in de neurobiologie van het brein en gedrag. Daarom zal de mens ooit wellicht in staat zijn om te multitasken – maar nu nog niet!

Wilt u meer weten wat hyperconnectiviteit en multitasking met uw hersenen doet en hoe je eraan kunt ontsnappen? Lees dan het boek van Theo Compernolle Ontketen je brein

Optimisme kunt u leren

Optimisme kunt u leren

Kent u het Tijgertje uit de boeken van Winnie de Poe nog? Een stuiterend, vrolijk wezentje dat in alles een uitdaging zag en alles kon. Is zo een optimisme niet aanstekelijk?
Of wordt u liever gezien als pessimist die leeft uit het motto: “Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist.”

Het is inherent aan het leven dat we met zowel positieve als negatieve gebeurtenissen te maken zullen krijgen. Pijn, negatieve gedachten, verlies en verdriet zijn daar een onderdeel van. Mensen die dat ontkennen houden zichzelf voor de gek. Het is wel een groot verschil in hoe we deze gebeurtenissen ervaren en er mee omgaan. Een pessimist zal steeds op het negatieve georiënteerd zijn en het slechtste verwachten, met de smoes dat hij realistisch is. Een optimist zal echter de realiteit niet negeren (al brengt het pijn en verdriet), maar zal toch een positief toekomst beeld hebben en zal naar de mogelijkheden zoeken om een probleem op te lossen of het beste er van te maken: “If a life gives you lemons, make a lemonade.” Een optimist zegt niet: “Het komt wel goed.” maar denkt: “Het kan beter!” en onderneemt een actie.

Hoewel overdrijven nooit gezond is of het nu om pessimisme of optimisme gaat, is het wel een feit dat optimisten plezier in het leven hebben, ervaren positieve emoties, hebben goede sociale contacten, en zijn succesvol.

Wilt u dat ook? Dan heb ik goed nieuws: Optimisme is te leren!

De eerste stap is bewustwording van hoe u in uw leven staat. Kijk goed hoe u naar uzelf en de wereld om u heen kijkt. Heeft u voornamelijk kritiek op uzelf, mag u geen fouten maken, en bekritiseert u ook alles en iedereen om u heen? Of heeft u oog voor mooie dingen, wat gaat het goed, de kwaliteiten van uzelf en mensen om u heen? Wedden dat als u voornamelijk kijkt naar wat goed, mooi, interessant en vrolijk is, u ook meteen wat vrolijker wordt. Geef eens een positieve feedback aan iemand en ontvang een glimlach. Accepteer het feit dat niet alles vanzelf goed gaat, dan hoeft u zich ook geen zorgen te maken over de toekomst. Want een optimist weet dat dingen verkeerd kunnen gaan, maar laat zich daar niet van de wijs brengen.

Voor de lezers die van aanpakken houden heb ik ook nog een oefening:

Neem vier dagen achter elkaar twintig minuten tijd voor jezelf. Zorg dat je niet gestoord kan worden (ook niet door een app) en probeer je de best mogelijke toekomst voor te stellen.

Wat is het best mogelijke leven dat je je kunt voorstellen? Overweeg alle relevante gebieden van je leven, zoals je carrière, academisch werk, relaties, hobby’s en / of gezondheid. Wat zou er in deze gebieden van je leven in je best mogelijke toekomst gebeuren?

Schrijf de komende 15 minuten voortdurend over wat je je voorstelt in deze best mogelijke toekomst. Wees zo specifiek mogelijk, verlies je in details, droom lekker weg. Laat je niet weerhouden door jouw verstand die roept dat dit niet mogelijk is, zet deze gedachten even opzij, want in deze 15 minuten is alles mogelijk. Je leven ziet er prima uit en je hebt alles bereikt wat je wilde. Je hebt al jouw dromen gerealiseerd.

Hoe zit deze toekomst eruit? Let niet op grammatica of spelfouten, want je schrijft voor jezelf en niemand anders.

Doe deze oefening echt vier dagen achter elkaar!

Wil je stress: ga multitasken!

Multitasking lijkt een slimme oplossing bij hoge werkdruk en voor het voorkomen van stress die daarmee gepaard gaat. Helaas is niets minder waar. Multitasking is namelijk helemaal geen effectieve manier om met je tijd om te gaan. Een multitasker bespaart geen tijd, maar verliest  tijd.

Onze moderne tijd en de beschikbare technologie nodigen ons voortdurend uit om te mutitasken. Want waar we vroeger genoten van een rustig diner met een vriend zonder storingen, checken we nu tijdens het gesprek even de internetpagina waar de vriend net over vertelde, en als we toch al bezig zijn, kijken we nog onze e–mail door, sturen we snel een app-je en dat allemaal terwijl we onze aandacht bij het verhaal van onze vriend proberen te houden.
Inderdaad de technologie maakt dat allemaal wel mogelijk, maar heeft onze brein ook het vermogen om zich constant te splitsen tussen al die taken. Het antwoord is: Nee!

Uiteraard is ons brein nog steeds de master in het zoeken en verwerken van informatie, bedenken van onverwachte en creatieve oplossingen, abstraheren, filosoferen en fantaseren – maar niet allemaal tegelijkertijd.
Ons brein kan ook uitermate efficiënt verschillende taken tegelijkertijd uitvoeren – maar niet bewust.

Automatische handelingen zoals tanden poetsen, fietsen, het besturen van een auto kunnen goed samengaan met bijvoorbeeld het nadenken over mijn presentaties of het doornemen van een offerte met een accountmanager. Tenminste zolang de routine niet door iets ongewoons verstoord wordt, zoals een net getrokken kies of een gat in het wegdek.
Onze routinematige handelingen worden bestuurd door het gedeelte van onze hersenen dat gericht is op overleven. Dit deel acteert razend snel, kan de informatie van al onze zintuigen tegelijkertijd verwerken en in een fractie van een seconde een beslissing nemen, maar doet dat allemaal onbewust.

Zodra iets om onze bewuste aandacht vraagt, dan wordt het gedeelte van onze hersenen ingeschakeld dat onze bewuste handelingen en denkprocessen bestuurt. Helaas kan dit deel maar een activiteit tegelijkertijd uitvoeren. Want om een taak goed uit te voeren moet het brein in het werkgeheugen op zoek gaan naar de juiste informatie zodat een weloverwogen beslissing gemaakt kan worden. Bij het uitvoeren van meerdere handelingen op hetzelfde moment zoals dat bij multitasking gebeurt, moet het brein steeds opnieuw op zoek naar de informatie in het werkgeheugen. Want als het brein de informatie heeft gevonden om een bepaalde taak uit te kunnen voeren, maar zijn we intussen overgeschakeld naar een andere activiteit, dan moet de al opgehaalde informatie opzij gezet worden en de nieuwe informatie tevoorschijn gehaald worden. Dat is nadelig voor onze aandacht en concentratie en dat leidt tot verlies van tijd en energie.
Als we drie taken moeten uitvoeren en we gaan multitasken om tijd te besparen, dan kost het uitvoeren van deze drie taken uiteindelijk vijf keer meer tijd, dan als we de taken achter elkaar zouden uitvoeren (zelfs als we een pauze tussendoor nemen).

Een test:

  1. Meet met de stopwatch hoe snel u van 1 tot 10 kunt tellen.
  2. Doe nu hetzelfde met het opnoemen van de letters A t/m J.
  3. Meet tenslotte hoe lang u erover doet als u beiden combineert. Dus: A, 1, B, 2, etc. tot en met J,10.

Vergelijk nu uw tijden.

Als het goed is, kostte de derde opdracht u niet twee, maar vier à vijf keer zoveel tijd als de luttele seconden die het u in totaal kostte het eerste en tweede rijtje op te zeggen: het bewijs dat multitasking ons veel meer tijd kost dan een voor een de dingen doen.

Multitasking is daarom geen oplossing voor stress maar juist een veroorzaker van stress.

Gun je brein rust

Moderne technologie is een geweldig hulpmiddel dat mensen verbindt, werken makkelijker maakt en toegang geeft tot een enorme schat aan kennis. Tenminste als het goed gebruikt wordt. Helaas gebeurt het te vaak dat de technologie juist datgene waar het voor ontworpen is (minder druk en meer ontspanning) in de war schopt.

Het is nu namelijk niet meer mogelijk om de deur van het kantoor achter je te sluiten, waar de klanten, collega’s en leidinggevende de werktijden respecteren, want ze hebben weinig andere keus. Met de smartphone is het kantoor altijd open en een 24/7 economie is voor iedere werkende een feit geworden. De klanten, leidinggevenden en collega’s bellen, appen, mailen en verwachten direct een reactie.

Geen rust meer voor onze brein
Onze hersens zijn constant in beweging, we zoeken naar oplossingen, geven informatie, bereiden ons voor op de vergaderingen en zijn constant aan het multitasken. 50% van werkenden controleert en beantwoordt e-mails zodra ze opstaan en voordat ze naar bed gaan, in het weekend en als ze ziek zijn. 44% van de werkenden zijn actief bij het werk betrokken als ze met vakantie zijn.

Dat betekent dat een gemiddelde werknemer nooit echt ontspant. Het stressniveau blijft constant hoog. Vooral bij  jongeren is het probleem schrikbarend aan het worden. Waar het de oudere generatie nog weleens lukt om de telefoon uit te schakelen en de computer met rust te laten, is het bij jongeren de angst om een stukje informatie te missen zo groot dat ze niet in staat zijn om de telefoon voor tien minuten met rust te laten. Nomofobie (=angst om telefoon kwijt te raken en/of niet meer bereikbaar te zijn) en Infobesitas (zucht naar steeds meer informatie) zijn de nieuwe ziektes die vooral jongeren treffen.

Steeds meer jongeren raken burn-out
Hoewel dat nog niet wetenschappelijk is bewezen zou dit best de oorzaak kunnen zijn van een steeds groeiend aantal jongeren van onder de 35 jaar met burn-out klachten. Constante stress die het verwerken van de nooit ophoudende toevoer van de informatie met zich mee brengt, is desastreus voor de hersenen. Nooit kunnen ontspannen en volledig uitschakelen, leidt tot allerlei fysieke en psychische ongemakken zoals hartproblemen, overgewicht en depressie. Omdat chronische stress ook cognitieve vermogens aantast, is er steeds meer tijd nodig om dezelfde hoeveelheid werk te doen. Werkdruk en daarmee stress neemt toe en zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Daarom is het noodzakelijk om grenzen te stellen. Voor sommige onder ons is dat moeilijk, maar het is aan te leren. De kunst is in de herhaling.

De eerste grens die gesteld moet worden is die tussen werk en privé of beter gezegd tussen inspanning en ontspanning. Al is uw werk uw leven, ook dan moet uw brein af en toe ontspannen anders kan het plezier van werken ontaarden in een overlevingsslag.


Vraag uzelf af en toe af: doe ik het omdat ik het plezierig vindt en er energie van krijg of moet ik het doen ten kosten van alles (slapeloosheid, slechte fysieke conditie, allerlei lichamelijke kwaaltjes en een steeds grotere vermoeidheid)? Zolang u ergens plezier aan beleeft en energie van krijgt is er niets aan de hand, zo niet: trek de grens!

Vraag uzelf af en toe af: Wat doet mijn werk met de kwaliteit van de relaties die ik onderhoud? Bevlogenheid betekent met plezier het werk doen, vele uren kunnen draaien mits nodig en energie krijgen van het werk. Maar het betekent ook aandacht hebben voor familie en vrienden buiten de werkomgeving. Plezier beleven aan de activiteiten die niets met het werk te maken hebben, zoals sport of hobby’s of vrijwilligerswerk. Kunt u zich bevlogen noemen dan zal stress niet snel vat op u krijgen. Maar als u uw eigen kinderen niet meer kent, geen vrienden buiten uw werk meer heeft en geen tijd voor uw hobby heeft – niet omdat u daarvoor kiest maar omdat het van u moet: trek de grens!

Als iemand u een vraag stelt: ‘Wie ben je?’ en u uw functieomschrijving opdreunt: trek de grens! Want u hebt uw identiteit verloren. Neem de tijd om u te hervinden. Het is prachtig als u zulk geweldig werk hebt dat u zich daarmee kunt identificeren en waar uw eigen normen en waarden in overeenstemming zijn met die van het bedrijf. Maar vergeet niet dat het werk maar één aspect van uw leven is en u bent veel meer dan dat. Geef uzelf een kans om te groeien en zich te ontwikkelen.

Doe uzelf, uw collega’s, uw leidinggevende en uw klanten een plezier en zet af en toe de telefoon (en computer) uit!

Signalen van burn-out

Signalen van burnout

Stress is onze persoonlijke reactie op een gebeurtenis of situatie. Dat wisten de oude Grieken al, zoals blijkt uit de uitspraak van Epictetus. Deze persoonlijke reactie kan functioneel zijn, bijvoorbeeld door weg te springen voor een naderende auto, maar ook disfunctioneel. Als iemand zich kwaad maakt doordat hij in de file staat en daardoor te laat komt voor een afspraak, kan hij deze ergernis niet functioneel benutten en omzetten in actie richting het gewenste resultaat (snel doorrijden en op tijd komen).

Stres als vriend
Met een functionele reactie op een gebeurtenis veranderen we een mogelijk gevaarlijke situatie in een positieve uitkomst. Dit is kortdurende stress, ook wel positieve stress genoemd. Door kortdurende stress komen we tot maximale prestaties waarover we achteraf een goed gevoel hebben. Omdat de spanning maar kort duurt, krijgt het lichaam daarna voldoende tijd om te herstellen. Spanning kan voor betere of zelfs uitzonderlijk goede prestaties zorgen. We kunnen ons beter concentreren, onze zintuigen werken beter en ons geheugen is scherp.

Stress als vijand
Een disfunctionele reactie lost het probleem niet op en verbetert onze positie ten opzichte van de (bedreigende) gebeurtenis niet. Met een overvolle agenda, deadlines, files en een druk avondprogramma is het moeilijk om alle afspraken na te komen en in voldoende mate en met plezier uit te voeren. Ook een druk huishouden met zorg voor kinderen of mantelzorg voor ouders of familie kan veel stress opleveren. Als hier een idee ontstaat dat u de situatie, die u als bedreigend ervaart, niet aankunt, en dat houdt dagen aan, dan is hier sprake van een langdurige of negatieve stress.

Aanhoudende, langdurige, negatieve stress kan leiden tot diverse gezondheidsklachten, zoals burn-out.

Burn-out
Burn-out bestaat uit verschijnselen als emotionele en lichamelijke uitputting, afkeer van het werk en gevoelens van verminderde competentie. Burn-out is een vicieuze cirkel met chronische overbelasting als beginpunt. Burn-out kan worden gezien als een uitputtingsreactie van lichaam en geest op een soms jarenlange periode van werkstress.

De eerste signalen van burn-out zijn:

  • Concentratieproblemen. Lezen gaat bijvoorbeeld steeds moeilijker, omdat u de tekst niet kunt onthouden en deze niet goed opneemt.
  • Toename van vergeetachtigheid. Notities maken wordt noodzakelijk.
  • U ervaart grote schommelingen in uw stemming. U bent bijvoorbeeld snel ontroerd, driftig, blij of teleurgesteld.
  • U piekert veel.
  • Beslissingen (ook kleine beslissingen) nemen wordt steeds moeilijker.
  • Slaapproblemen. U hebt inslaap- en/of doorslaapproblemen, of u wordt regelmatig badend in het zweet en angstig wakker.
  • U maakt steeds meer fouten.
  • U hebt moeite hoofd- en bijzaken te onderscheiden.
  • U ervaart vaak een gevoel van gespannenheid en irritatie.
  • Lusteloosheid. U kunt uzelf steeds minder tot handelen aanzetten. U hebt geen zin en energie om ’s morgens op te staan en naar het werk te gaan.
  • Cynisme. U zet zich af van en voelt onverschilligheid naar uw werk- en privésituatie.
  • Toenemende onzekerheid. U gaat zich steeds minderwaardiger voelen.
  • Seksuele problemen. U ervaart weinig zin of impotentie.
  • Versmalling (zich in de diepte storten en in de breedte beperken). U stort zich steeds meer op uw taak en vergeet hierdoor aandacht te geven aan andere zaken, zoals sociale contacten en hobby’s.
  • U steekt steeds meer tijd in uw werk om de opgelopen achterstand door slecht functioneren in te halen.
  • U bent snel moe, vaak verkouden of grieperig.